Onlangs verscheen het rapport van de Algemene Rekenkamer ‘Focus op handhaving Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid’, daarnaast heeft de Auditdienst Rijk een evaluatie gedaan op het toezichtplan van de Belastingdienst. Duidelijk is geworden dat de Belastingdienst worstelt met het toezicht en de handhaving op arbeidsrelaties. Het kabinet reageert in een brief aan de Tweede Kamer op deze onderzoeken. “Enigszins teleurgesteld las ik de brief van het kabinet. Er wordt helemaal niet ingegaan op de broodnodige nieuwe wet- en regelgeving om duidelijkheid te scheppen voor zelfstandigen”, zegt Margreet Drijvers, directeur PZO.

Wet DBA niet doelmatig en doeltreffend

Om de arbeidsrelatie te kunnen duiden is de Wet DBA opgetuigd. De gedachte is dat zo kan worden bepaald of een opdracht buiten dienstbetrekking kan worden gedaan.  Een mooie gedachte, en met het huidige arbeidsrecht ook essentieel om überhaupt een opdracht voor een opdrachtgever uit te kunnen voeren. Maar in de praktijk een draak van een wet. Het ontbreekt namelijk aan duidelijkheid voor alle betrokken partijen.

Het rapport en de evaluatie geven volgens het kabinet een beter beeld van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het toezicht van de kwalificatie van de arbeidsrelatie. In de evaluatie kun je teruglezen dat er door de Belastingdienst geen enkele vaststelling van kwaadwillendheid is gedaan, er amper aanwijzingen zijn gegeven door de Belastingdienst en er slechts één naheffingsaanslag is gedaan. Schrikbarend lage cijfers.

 

Aanbevelingen

De Auditdienst Rijk komt met een aantal aanbevelingen voor het kabinet. Zo zouden financiële prikkels zoals de zelfstandigenaftrek, mkb winstvrijstelling, startersaftrek en de FOR moeten worden afgebouwd. Om handhaving te vergemakkelijken moet het bestaande moratorium (alleen handhaving in geval van kwaadwillendheid) worden opgeheven, de bewijslast moet worden omgekeerd zodat deze bij de opdrachtgever komt te liggen en wet- en regelgeving moet worden verbeterd om duidelijkheid te bieden aan betrokken partijen.

 

Als de Belastingdienst het al niet weet…

Dat zijn nogal wat aanbevelingen. Bij de Belastingdienst ervaart men het uit te voeren toezicht als bijzonder lastig en complex. Zij moeten namelijk een complexe vertaalstal maken van het arbeidsrecht naar de fiscaliteit. Een bijna onmogelijke opgave, zo blijkt uit de cijfers. Als de Belastingdienst deze complexe vertaalslag al niet kan maken, hoe kan de minister dan van opdrachtgevers en opdrachtnemers verwachten dat zij dat wel kunnen, vragen wij ons af.

 

Kabinetsreactie

In de brief laat het kabinet weten dat zij conform het coalitieakkoord voor een aanpak kiezen langs drie lijnen om schijnzelfstandigheid te voorkomen:

  1. De inzet op een gelijker speelveld voor contractvormen wat betreft arbeidsrecht, sociale zekerheid en fiscaliteit;
  2. Meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer dan wel als zelfstandige buiten dienstbetrekking (beoordeling van arbeidsrelaties) alsmede het ondersteunen van werkenden om hun rechtspositie op te eisen; en
  3. Het verbeteren van toezicht en handhaving op schijnzelfstandigheid.
Gelijker speelveld

Het kabinet geeft aan dat zij al allerlei maatregelen hebben genomen om een gelijker speelveld te creëren. Zo wordt de zelfstandigenaftrek afgebouwd, is de FOR afgeschaft en komt er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. “Allemaal maatregelen die alleen de zelfstandige treffen en niet de opdrachtgever. Als je een gelijker speelveld wilt creëren zou je juist de opdrachtgever extra moeten belasten. Daar hebben we vanuit PZO al een voorstel voor gedaan aan het kabinet. Bovendien is het afschaffen van de FOR, zoals afgesproken in de Voorjaarsnota, een vreemde boodschap. Aan de ene kant wil het kabinet de opbouw van pensioen stimuleren, terwijl ze aan de andere kant de FOR afschaffen”, laat Margreet Drijvers weten.

 

Meer duidelijkheid

Van alle kanten is er een roep om meer duidelijkheid, ook het kabinet geeft in haar reactie aan dat aanpassing van wetgeving essentieel is om duidelijkheid te kunnen bieden. Op welke manier dat dan gedaan moet worden, dat wordt niet duidelijk in de brief. Dat is een gemiste kans. Zonder duidelijkheid over de kaders kan wat ons betreft de wet in de prullenbak.

 

Verbeteren van handhaving

Het kabinet heeft de wens om het handhavingsmoratorium deze kabinetsperiode op te heffen. De stappen die nodig zijn en de datum per wanneer het moratorium (al dan niet gefaseerd) wordt afgeschaft zijn in onderzoek en besluitvorming zal na de zomer plaatsvinden. “Wij maken ons ernstig zorgen over het opheffen van het handhavingsmoratorium. Zelfstandigen willen voldoen aan wet- en regelgeving. Maar zonder heldere kaders wordt dat een onmogelijke opgave”, zegt Margreet Drijvers.

X
X